Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 25 september 2025
ECLI:NL:GHSHE:2025:2620 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 25 september 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2025-2620
Zaakgegevens
Op 25 september 2025 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 25 september 2025
- Datum publicatie
- 25 september 2025
- Zaaknummer
- 200.354.112_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J. Looman
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2025:2620
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
intrekking hoger beroep
Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak : 25 september 2025
Zaaknummer : 200.354.112/01
Zaaknummer 1e aanleg : C/02/429670 JE RK 24-2218
in de zaak in hoger beroep van:
[de moeder] ,
wonende te [woonplaats],
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. J. Looman,
tegen
Raad voor de Kinderbescherming,
regio Zuidwest Nederland, locatie [locatie],
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de raad.
Het hof merkt als belanghebbenden aan:
[de vader] ,
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
hierna te noemen: de vader,
Stichting Jeugdbescherming Brabant,
gevestigd te [vestigingsplaats],
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI).
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 3 februari 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2 Het geding in hoger beroep
De moeder is op 29 april 2025 in hoger beroep gekomen tegen voormelde beschikking.
De raad heeft een verweerschrift ingediend, dat op 20 augustus 2025 is ingekomen ter griffie.
De mondelinge behandeling stond gepland op 21 augustus 2025.
Bij bericht van 21 augustus 2025 (voorafgaand aan de mondelinge behandeling) heeft de moeder het hoger beroep ingetrokken.
De geplande mondelinge behandeling is niet doorgegaan.
3 De beoordeling
Het hof maakt uit voormeld bericht op dat de grieven niet worden gehandhaafd. Dit brengt mee dat de moeder niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het verzoek in hoger beroep.
4 De beslissing
Het hof:
verklaart de moeder nietontvankelijk in het verzoek in hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.P. de Beij, M.J.C. van Leeuwen en H.J. Witkamp, bijgestaan door mr. E.G.A. Janssen als griffier en is op 25 september 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.