Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20 februari 2025
ECLI:NL:GHSHE:2025:438 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 20 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2025-438
Zaakgegevens
Op 20 februari 2025 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 20 februari 2025
- Datum publicatie
- 20 februari 2025
- Zaaknummer
- 200.349.277_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. T. van Riel
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2025:438
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
ondertoezichtstelling
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 20 februari 2025
Zaaknummer: 200.349.277/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/02/426034 / JE RK 24-1558
in de zaak in hoger beroep van:
[de moeder] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. T. van Riel,
tegen
Stichting Jeugdbescherming Brabant,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verweerster in hoger beroep.
Deze zaak gaat over de minderjarige:
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] .
Als belanghebbende is aangemerkt:
[de vader] ,
wonende te [woonplaats] ,
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
locatie: [locatie] .
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda van 8 oktober 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2 Het geding in hoger beroep
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen voormelde beschikking.
Bij bericht van 15 januari 2025 heeft de moeder het hoger beroep ingetrokken.
3 De beoordeling
Het hof maakt uit voormeld bericht op dat de grieven niet worden gehandhaafd. Dit brengt mee dat de moeder niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het verzoek in hoger beroep.
4 De beslissing
Het hof:
verklaart de moeder niet-ontvankelijk in het verzoek in hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.P. De Beij, C.M.J. Peters en G.M. Goes en is in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.