Strafrecht overig

Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep.

Zaakgegevens

Op 14 oktober 2025 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
14 oktober 2025
Datum publicatie
20 februari 2026
Zaaknummer
20-003281-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2025:3811
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep.

Uitspraak

Inhoudsopgave

Parketnummer : 20-003281-24

Uitspraak : 14 oktober 2025

TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 2 december 2024 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 03-142769-23 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,

wonende [adres 1] .

Hoger beroep

Bij het vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 48.360,36 en aan de betrokkene een betalingsverplichting opgelegd voor een bedrag van € 48.360,36. Daarnaast heeft de rechtbank de duur van de gijzeling – die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd – vastgesteld op 967 dagen.

Namens de betrokkene is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de betrokkene naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het wederrechtelijk verkregen voordeel zal vaststellen op een bedrag van € 58.333,16 en aan de betrokkene de verplichting zal opleggen tot betaling van dat bedrag aan de Staat der Nederlanden ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

De raadsman van de betrokkene heeft primair bepleit om de ontnemingsvordering niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel af te wijzen. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden gematigd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen omdat het zich met het vonnis niet kan verenigen. Meer in het bijzonder komt het hof tot een andere geschatte omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Het hof grondt zijn overtuiging dat de betrokkene voordeel heeft verkregen op de hierna te vermelden (en in de voetnoten genoemde) wettige bewijsmiddelen en ontleent aan de inhoud daarvan tevens de schatting van bedoeld voordeel.

Grondslag van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De veroordeling

De betrokkene is bij vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 2 december 2024, gewezen onder parketnummer 03-142769-23, ter zake van – kort weergegeven – het op 28 april 2022 opzettelijk telen van een grote hoeveelheid hennep, te weten 416 hennepplanten, alsmede de diefstal van elektriciteit en water in de periode van 17 februari 2022 tot en met 28 april 2022 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, waarvan één maand voorwaardelijk, en met een proeftijd van 2 jaren. De onderhavige ontnemingsvordering is aan deze strafzaak gelieerd.

Tegen het vonnis in de strafzaak is namens de betrokkene hoger beroep ingesteld.

Bij arrest van dit gerechtshof van 14 oktober 2025 is het vonnis van de rechtbank bevestigd, met verbetering van de strafmotivering en met aanvulling van de overwegingen die zien op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] .

De wettelijke grondslag

Op 28 april 2022 werd in het pand aan [adres 2] een vijftal zogenaamde groeitenten aangetroffen. In twee kweekruimtes (groeitenten) werden hennepplanten aangetroffen van tussen de 6 en 8 weken oud. In drie kweekruimtes (groeitenten) waren de hennepplanten al geoogst. De betrokkene stond sinds 5 augustus 2021 ingeschreven op het adres [adres 2] .

Zoals het hof hierna zal overwegen, is het voor het hof aannemelijk geworden dat door de betrokkene in drie kweekruimtes minimaal één keer eerder hennepplanten zijn geteeld en vervolgens geoogst.

Ten aanzien van die eerdere oogst ontleent het hof aan de inhoud van de bewijsmiddelen het oordeel dat de betrokkene, door middel van het begaan van andere strafbare feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat deze door de betrokkene zijn begaan, een voordeel als bedoeld in artikel 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht heeft genoten.

Schatting van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De raadsman van de betrokkene heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, dan wel dient te worden afgewezen. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat bij vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel rekening dient te worden gehouden met meerdere kostenposten. Zo dient het hof volgens de raadsman rekening te houden met de gedroogde hennep die is aangetroffen op het adres [adres 3] (totaal € 12.250,70) en de kosten van huisvesting voor de woning aan [adres 3] (totaal € 1.400,00). Voorts dient de vordering van [benadeelde 1] ( [benadeelde 1] ) ter hoogte van € 2.173,67 in mindering te worden gebracht.

Het hof overweegt als volgt.

Normen van het Functioneel Parket Afpakken

Het hof baseert zich bij de berekening op het door de politie opgemaakte Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex art 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht van 6 april 2023, alsmede de daarbij behorende bijlage, te weten: ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016.

Eerdere oogsten

Op 28 april 2022 werd in het pand aan [adres 2] een vijftal zogenaamde groeitenten aangetroffen. In drie kweekruimtes (groeitenten) (het hof begrijpt: ruimtes 1, 2 en 5) bleken de hennepplanten al te zijn geoogst. Er werden enkel planten en hennepresten aangetroffen. Alle kweekruimtes (groeitenten) waren afzonderlijk uitgerust met een opticlimate en boxventilatoren. Elke hennepkwekerij was voorzien van een eigen watervat en dompelpomp voor de bevloeiing van de hennepplanten.

In de 1e kweekruimte stonden minimaal 100 hennepplanten en/of potten. De oppervlakte was 9 m2. Per m2 stonden er 12 hennepplanten en/of potten. Bij het kweken van de hennepplanten in deze kweekruimte bleek sprake van het toevoegen van CO2, waardoor de groeifase van 2 weken wordt overgeslagen. Het uitgangspunt is derhalve een gemiddelde kweekcyclus van 8 weken per oogst. In het rapport wordt uitgegaan van reeds 1 gerealiseerde oogst. Daarvoor werden door de politie de volgende aanwijzingen waargenomen:

  • hennepplantenresten;

  • kalkafzetting op het zeil en aan de onderzijde van de plantenpotten;

  • stof op de kappen van de armaturen van de assimilatielampen.

In de 2e kweekruimte stonden minimaal 200 hennepplanten en/of potten. De oppervlakte was 17,9 m2. Per m2 stonden er 12 hennepplanten en/of potten. Bij het kweken van de hennepplanten in deze kweekruimte bleek sprake van het toevoegen van CO2, waardoor de groeifase van 2 weken wordt overgeslagen. Het uitgangspunt is derhalve een gemiddelde kweekcyclus van 8 weken per oogst. In het rapport wordt uitgegaan van reeds 1 gerealiseerde oogst. Daarvoor werden door de politie de volgende aanwijzingen waargenomen:

  • hennepplantenresten;

  • kalkafzetting op het zeil en aan de onderzijde van de plantenpotten;

  • een gebruikte knipschaar;

  • datum(s) op kweekmateriaal.

In de 3e kweekruimte (ruimte 5) stonden minimaal 128 hennepplanten en/of potten. De oppervlakte was 11,8 m2. Per m2 stonden er 11 hennepplanten en/of potten. Bij het kweken van de hennepplanten in deze kweekruimte bleek sprake van het toevoegen van CO2, waardoor de groeifase van 2 weken wordt overgeslagen. Het uitgangspunt is derhalve een gemiddelde kweekcyclus van 8 weken per oogst. In het rapport wordt uitgegaan van reeds 1 gerealiseerde oogst. Daarvoor werden door de politie de volgende aanwijzingen waargenomen:

  • hennepplantenresten;

  • kalkafzetting op het zeil en aan de onderzijde van de plantenpotten;

  • stof op de kappen van de armaturen van de assimilatielampen.

Het hof is gelet op het voorgaande van oordeel dat in kweekruimtes 1, 2 en 5 ten minste sprake is geweest van één eerdere (geslaagde) oogst met een teeltcyclus van 8 weken.

De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel

Ten aanzien van de in aanmerking te nemen kosten bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel overweegt het hof dat de betrokkene de elektriciteit ten behoeve van de kwekerijen illegaal afnam, zodat het hof bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel geen elektriciteitskosten zal betrekken.

Het hof overweegt voorts dat de betrokkene de illegaal afgenomen elektriciteitskosten (de vordering van [benadeelde 2] van € 9.369,12) tot op heden niet heeft voldaan. Het hof ziet daarom ingevolge artikel 36e, negende lid, van het Wetboek van Strafrecht – anders dan de rechtbank – geen aanleiding om deze kosten te betrekken in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dat geldt eveneens ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter hoogte van € 2.173,67, waarvan de raadsman heeft bepleit dat deze in mindering moeten worden gebracht op de vordering.

Verder ziet het hof geen redenen om de door de raadsman bepleite kosten van huisvesting en gedroogde hennep in mindering te brengen op de vordering. Het hof stelt vast dat de betrokkene zich op zijn zwijgrecht heeft beroepen. Uit zijn verklaring en ook uit de overige stukken valt aldus niet af te leiden dat de in het pand aan [adres 3] aangetroffen gedroogde hennep en de huisvestingskosten voor dat pand verband hielden met de aangetroffen hennepkwekerijen in het pand aan [adres 2] .

Anders dan de hierna te melden kosten is het hof ook overigens niet gebleken van kosten die bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel in aanmerking genomen zouden moeten worden.

Kweekruimte 1

Bruto-opbrengst

Zoals reeds hiervoor vastgesteld waren in kweekruimte 1, 100 hennepplanten en/of potten aanwezig. De oppervlakte van de kweekruimte was 9 m2 en per m2 stonden er 12 hennepplanten en/of potten. Ingevolge de normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 levert dit onder die omstandigheden een opbrengst per plant van 29,6 gram op.

Overeenkomstig de normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 stelt het hof de opbrengst van hennep in geld vast op € 4.070,00 per kilogram.

Gelet op het voorgaande komt het hof derhalve tot de volgende totale bruto-opbrengst van kweekruimte 1.

Opbrengst per oogst in gewicht: 100 planten x 29,6 gram = 2,96 kilogram + 0,592 kilogram (20% meeropbrengst) = 3,552 kilogram

Opbrengst per oogst in geld: 3,552 kilogram x € 4.070,00 = € 14.456,64.

Kosten

De kosten per oogst in deze kweekruimte zijn – op grond van de normen van het Functioneel Parket – als volgt:

Afschrijvingskosten: € 150,00

Inkoopkosten hennepstekken: € 381,00

Overige variabele kosten: € 388,00

Totaal: € 919,00

Netto-opbrengst kweekruimte 1

Het vorenstaande brengt met zich dat de netto-opbrengst (het wederrechtelijk verkregen voordeel) in deze kweekruimte bedraagt:

Bruto-opbrengst: € 14.456,64

Kosten: 919,00 -/-

Netto-opbrengst: € 13.537,64

Kweekruimte 2

Bruto-opbrengst

In kweekruimte 2 waren 200 hennepplanten en/of potten aanwezig. De oppervlakte van de kweekruimte was 17,9 m2 en per m2 stonden er 12 hennepplanten en/of potten. Ingevolge de normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 levert dit onder die omstandigheden een opbrengst per plant van 29,6 gram op.

Overeenkomstig de normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 stelt het hof de opbrengst van hennep in geld vast op € 4.070,00 per kilogram.

Gelet op het voorgaande komt het hof derhalve tot de volgende totale bruto-opbrengst van kweekruimte 2.

Opbrengst per oogst in gewicht: 200 planten x 29,6 gram = 5,92 kilogram + 1,184 kilogram (20% meeropbrengst) = 7,104 kilogram

Opbrengst per oogst in geld: 7,104 kilogram x € 4.070,00 = € 28.913,28.

Kosten

De kosten per oogst in deze kweekruimte zijn – op grond van de normen van het Functioneel Parket – als volgt:

Afschrijvingskosten: € 200,00

Inkoopkosten hennepstekken: € 762,00

Overige variabele kosten: € 776,00

Totaal: € 1.738,00

Netto-opbrengst kweekruimte 2

Het vorenstaande brengt met zich dat de netto-opbrengst (het wederrechtelijk verkregen voordeel) in deze kweekruimte bedraagt:

Bruto-opbrengst: € 28.913,28

Kosten: 1.738,00 -/-

Netto-opbrengst: € 27.175,28

Kweekruimte 3 (ruimte 5)

Bruto-opbrengst

In kweekruimte 5 waren 128 hennepplanten en/of potten aanwezig. De oppervlakte van de kweekruimte was 11,8 m2 en per m2 stonden er 11 hennepplanten en/of potten. Ingevolge de normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 levert dit onder die omstandigheden een opbrengst per plant van 30 gram op.

Overeenkomstig de normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 stelt het hof de opbrengst van hennep in geld vast op € 4.070,00 per kilogram.

Gelet op het voorgaande komt het hof derhalve tot de volgende totale bruto-opbrengst van kweekruimte 5.

Opbrengst per oogst in gewicht: 128 planten x 30 gram = 3,84 kilogram + 0,75 kilogram (20% meeropbrengst) = 4,59 kilogram

Opbrengst per oogst in geld: 4,59 kilogram x € 4.070,00 = € 18.754,56.

Kosten

De kosten per oogst in deze kweekruimte zijn – op grond van de normen van het Functioneel Parket – als volgt:

Afschrijvingskosten: € 150,00

Inkoopkosten hennepstekken: € 487,68

Overige variabele kosten: € 496,64

Totaal: € 1.134,32

Netto-opbrengst kweekruimte 3 (ruimte 5)

Het vorenstaande brengt met zich dat de netto-opbrengst (het wederrechtelijk verkregen voordeel) in deze kweekruimte bedraagt:

Bruto-opbrengst: € 18.754,56

Kosten: 1.134,32 -/-

Netto-opbrengst: € 17.620,24

Resumé

Het hof komt gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, tot een netto-opbrengst van
€ 13.537,64 + € 27.175,28 + € 17.620,24 = € 58.333,16

Op te leggen betalingsverplichting

Gelet op het vorenstaande zal het hof zal aan de betrokkene de verplichting opleggen tot betaling van een bedrag ter hoogte van € 58.333,16 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Hoewel het hof constateert dat in de onderhavige ontnemingszaak sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg, zal het hof volstaan met die constatering, nu deze overschrijding reeds in de onderliggende strafzaak tegen de betrokkene is betrokken in de straftoemeting.

Verder heeft de raadsman nog aangevoerd dat betrokkene een bijstandsuitkering ontvangt en dat de huidige en redelijkerwijs te verwachten toekomstige draagkracht van de betrokkene niet toereikend is en verzoekt daarom de vordering af te wijzen.

Het hof is van oordeel dat in hetgeen de raadsman heeft aangevoerd omtrent de persoonlijke financiële omstandigheden van de betrokkene, namelijk dat hij een bijstandsuitkering ontvangt, voorshands niet aannemelijk is geworden dat betrokkene thans, of op enig later moment, alsnog niet in staat zou zijn aan zijn betalingsverplichting te voldoen, mede gelet op de geldende verjaringstermijn voor de tenuitvoerlegging van deze betalingsverplichting ingevolge artikel 6:1:22 Wetboek van Strafvordering juncto artikel 70 van het Wetboek van Strafrecht. Het Openbaar Ministerie kan gedurende die termijn bovendien onbeperkt uitstel van betaling verlenen en betaling in termijnen toestaan.

Artikel 6:6:26, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering biedt daarnaast aan de betrokkene een rechtsgang waarin hij vermindering of kwijtschelding van het door het hof vast te stellen bedrag kan verzoeken. Het hof zal met de draagkracht van de betrokkene in het kader van de onderhavige vaststelling van de betalingsverplichting dan ook geen rekening houden.

Gijzeling

Met ingang van 1 januari 2020 is artikel 36e, elfde lid, van het Wetboek van Strafrecht direct van toepassing geworden. Het hof zal daarom bij het opleggen van de ontnemingsmaatregel tevens de duur van de gijzeling bepalen die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd. Bij het bepalen van de duur wordt overeenkomstig de door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) vastgestelde LOVS-afspraken voor elke volle € 50,00 van het opgelegde bedrag aan betalingsverplichting niet meer dan één dag aan gijzeling gerekend. De duur van de gijzeling beloopt ten hoogste drie jaar.

Gelet op de hoogte van de op te leggen betalingsverplichting zal het hof mitsdien de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd hierna bepalen op 1080 dagen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens gold dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens geldt.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 58.333,16 (achtenvijftigduizend driehonderddrieëndertig euro en zestien cent);

legt de betrokkene de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 58.333,16 (achtenvijftigduizend driehonderddrieëndertig euro en zestien cent);

bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 1080 dagen.

Aldus gewezen door:

mr. S. Riemens, voorzitter,

mr. J. Platschorre en mr. K.J. van Dijk, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M. Peperkamp, griffier,

en op 14 oktober 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Tenzij anders vermeld wordt hierna steeds verwezen naar het eindproces-verbaal van de politie Eenheid Limburg, registratienummer PL2300-2022067267, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 1] , brigadier van politie Eenheid Limburg, gesloten d.d. 16 mei 2023, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal met daarin gerelateerde bijlagen, doorgenummerde pagina’s 1-544. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 mei 2022, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 1] en [verbalisant 3] , dossierpagina’s 42-47. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 april 2022, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , dossierpagina’s 20-24. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 mei 2022, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 1] en [verbalisant 3] , dossierpagina’s 42-47. Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij d.d. 6 april 2023 met bijlage, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , pagina’s 91-100.