Burgerlijk procesrecht
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Veroordeling tot medewerking aan verkoop en levering van woning, met bepaling…
Hoge Raad, 22 november 2019
ECLI:NL:HR:2019:1840 · Hoge Raad · 22 november 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1840
Zaakgegevens
Op 22 november 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 november 2019
- Datum publicatie
- 21 november 2019
- Zaaknummer
- 18/04257
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.J.W Alt, mr. M.A.J.G. Janssen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1840
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Veroordeling tot medewerking aan verkoop en levering van woning, met bepaling dat vonnis in plaats van de akte kan komen. Hoger beroep niet-ontvankelijk omdat rechtsmiddel niet tijdig is ingeschreven in rechtsmiddelenregister? Art. 3:300 lid 2 en 3:301 lid 2 BW. Uitleg veroordelend vonnis.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 14 augustus 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:7369Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 augustus 2019
ECLI:NL:PHR:2019:844Hoge Raad · 22 november 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1840
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/04257
Datum 22 november 2019
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
tegen
1. [verweerster 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: [verweersters],
advocaat: mr. M.A.J.G. Janssen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
het vonnis in de zaak C/16/458219 / KG ZA 18-193 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Midden-Nederland van 25 april 2018;
-
het arrest in de zaak 200.239.964 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 augustus 2018.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. [verweersters] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweersters] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweersters] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 22 november 2019.