Burgerlijk procesrecht
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Procesrecht. Vervolg op HR 22 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1276. Goed…
Hoge Raad, 22 mei 2026
ECLI:NL:HR:2026:794 · Hoge Raad · 22 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-794
Zaakgegevens
Op 22 mei 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 mei 2026
- Datum publicatie
- 21 mei 2026
- Zaaknummer
- 25/01811
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J.P van den Berg, W.H. van Hemel
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:794
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Procesrecht. Vervolg op HR 22 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1276. Goed werkgeverschap (art. 7:611 BW), informatie over wijziging belastingverdrag. Vordering tot vergoeding in verband met naheffing inkomstenbelasting van in buitenland woonachtige vliegers. Feit van algemene bekendheid.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 24 mei 2022
ECLI:NL:GHAMS:2022:1569Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 juni 2023
ECLI:NL:PHR:2023:556Hoge Raad · 22 september 2023
ECLI:NL:HR:2023:1276(Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzenVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Gerechtshof Den Haag · 11 februari 2025
ECLI:NL:GHDHA:2025:126Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 maart 2026
ECLI:NL:PHR:2026:253Hoge Raad · 22 mei 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:794
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/01811
Datum 22 mei 2026
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats], Griekenland,
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats], Griekenland,
EISERS tot cassatie,
hierna: de vliegers,
advocaat: J.P. van den Berg,
tegen
KONINKLIJKE LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJ KLM N.V.,
gevestigd te Amstelveen,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: KLM,
advocaat: W.H. van Hemel.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding verwijst de Hoge Raad naar:
a. het arrest in de zaak ECLI:NL:HR:2023:1276 van de Hoge Raad der Nederlanden van 22 september 2023;
b. het arrest in de zaak 200.333.425/01 van het gerechtshof Den Haag van 11 februari 2025.
De vliegers hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
KLM heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor KLM toegelicht door haar advocaat en mede door P.G. Vestering.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vliegers heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de vliegers in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van KLM begroot op € 905,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de vliegers deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 22 mei 2026.