Burgerlijk procesrecht
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Verhouding tussen provisionele uitspraak en uitspraak in de hoofdzaak. Is het…
Hoge Raad, 2 oktober 2020
ECLI:NL:HR:2020:1541 · Hoge Raad · 2 oktober 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-1541
Zaakgegevens
Op 2 oktober 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 oktober 2020
- Datum publicatie
- 1 oktober 2020
- Zaaknummer
- 19/04032
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- B.I. Kraaipoel
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1541
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Verhouding tussen provisionele uitspraak en uitspraak in de hoofdzaak. Is het hof dat oordeelt over hoger beroep tegen provisionele uitspraak gehouden ambtshalve de status van de hoofdzaak na te gaan?
Procesgang
Uitspraak · 2018
ECLI:NL:RBOBR:2018:2463Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 28 mei 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:1992Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 april 2020
ECLI:NL:PHR:2020:426Hoge Raad · 2 oktober 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1541
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/04032
Datum 2 oktober 2020
ARREST
In de zaak van
SERVICE TECHNISCH BEHEER B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
EISERES tot cassatie,
hierna: STB,
advocaat: B.I. Kraaipoel,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats], België,
2. B.V. [verweerster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/01/331820 / HA ZA 18-171 van de rechtbank Oost-Brabant van 9 mei 2018, 23 mei 2018 en 3 april 2019;
-
het arrest in de zaak 200.240.588/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 mei 2019.
STB heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerders] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van STB heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt STB in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter, vicepresident M.V. Polak en de raadsheren M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 2 oktober 2020.