Burgerlijk procesrecht

Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Proceskostenveroordeling. Art. 237 lid 1 Rv.

Hoge Raad, 6 november 2020

Zaakgegevens

Op 6 november 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 november 2020
Datum publicatie
5 november 2020
Zaaknummer
19/04932
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J.A.J. Leeman
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1734
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Proceskostenveroordeling. Art. 237 lid 1 Rv.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 30 juli 2019

    ECLI:NL:GHDHA:2019:3227
  2. Conclusie A-G · 4 september 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:776
  3. Hoge Raad · 6 november 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1734

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/04932

Datum 6 november 2020

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: J.A.J. Leeman,

tegen

[het architectenbureau] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: [het architectenbureau],

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak 6112779 CV EXPL 17-4615 van de kantonrechter te Dordrecht van 11 januari 2018;

  2. het arrest in de zaak 200.239.006/01 van het gerechtshof Den Haag van 30 juli 2019.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Tegen [het architectenbureau] is verstek verleend.

De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [het architectenbureau] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 6 november 2020.