Burgerlijk procesrecht
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Verzoek voorlopig deskundigenverhoor of deskundigenbericht; art. 202 Rv…
Hoge Raad, 27 maart 2020
ECLI:NL:HR:2020:534 · Hoge Raad · 27 maart 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-534
Zaakgegevens
Op 27 maart 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 maart 2020
- Datum publicatie
- 26 maart 2020
- Zaaknummer
- 19/02933
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J.H. van Gelderen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:534
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Verzoek voorlopig deskundigenverhoor of deskundigenbericht; art. 202 Rv. Afwijzing verzoek. Maatstaf.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 26 maart 2019
ECLI:NL:GHDHA:2019:580Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 januari 2020
ECLI:NL:PHR:2020:42Hoge Raad · 27 maart 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:534
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/02933
Datum 27 maart 2020
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: [verzoeker],
advocaat: J.H. van Gelderen,
tegen
De publiekrechtelijke rechtspersoon met wettelijke taak de POLITIE,
gevestigd te Den Haag,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Politie,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de beschikking in de zaak C/09/522574/HA RK 16-589 van de rechtbank Den Haag van 1 juni 2017;
-
de beschikking in de zaak 200.221.548/01 van het gerechtshof Den Haag van 26 maart 2019.
[verzoeker] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Politie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Politie begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 27 maart 2020.