Burgerlijk procesrecht

Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Procesrecht. Vervolg op HR 12 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:867…

Hoge Raad, 17 april 2020

Zaakgegevens

Op 17 april 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 april 2020
Datum publicatie
16 april 2020
Zaaknummer
19/00626
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
N.C van Steijn, J.A.J. Leeman
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:734
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Procesrecht. Vervolg op HR 12 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:867. Overeenkomsten gesloten door onder bewind gestelde. Misbruik van omstandigheden door wederpartij? Art. 3:44 BW. Kenbaarheid abnormale geestestoestand. Passeren bewijsaanbod. Samenhang met zaak 19/00636.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 17 maart 2015

    ECLI:NL:GHAMS:2015:988
  2. Gerechtshof Amsterdam · 19 januari 2016

    ECLI:NL:GHAMS:2016:102
  3. Conclusie A-G · 27 januari 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:40
  4. Hoge Raad · 12 mei 2017

    ECLI:NL:HR:2017:867

    Conclusie gevolgd · (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen

  5. Gerechtshof Den Haag · 6 november 2018

    ECLI:NL:GHDHA:2018:3108
  6. Conclusie A-G · 31 januari 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:98
  7. Conclusie A-G · 31 januari 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:99
  8. Hoge Raad · 17 april 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:734

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

  9. Hoge Raad · 17 april 2020

    ECLI:NL:HR:2020:736

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/00626

Datum 17 april 2020

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: Van [eiser],

advocaat: N.C. van Steijn

tegen

1. [bewindvoerder 1],
wonende te [woonplaats],

2. [bewindvoerder 2],
wonende te [woonplaats],

beiden in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [betrokkene],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: de bewindvoerders,

advocaat: J.A.J. Leeman.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding verwijst de Hoge Raad naar:

  1. zijn arrest tussen partijen in de zaak 16/02182, ECLI:NL:HR:2017:867 van 12 mei 2017;

  2. het arrest in de zaak 200.224.435/01 van het gerechtshof Den Haag van 6 november 2018.

Van [eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. De bewindvoerders hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor de bewindvoerders toegelicht door hun advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van Van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt Van [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de bewindvoerders begroot op € 2.091,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Van [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 17 april 2020.