Burgerlijk procesrecht

Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Verdeling ontbonden huwelijksgoederengemeenschap. Deskundigenonderzoek met…

Hoge Raad, 24 april 2020

Zaakgegevens

Op 24 april 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 april 2020
Datum publicatie
22 april 2020
Zaaknummer
19/01386
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
A.H.M. van den Steenhoven
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:796
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Verdeling ontbonden huwelijksgoederengemeenschap. Deskundigenonderzoek met betrekking tot waarde onroerende zaken. Motiveringsklachten.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 18 december 2018

    ECLI:NL:GHDHA:2018:3774
  2. Conclusie A-G · 24 januari 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:69
  3. Hoge Raad · 24 april 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:796

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/01386

Datum 24 april 2020

ARREST

In de zaak van

[de man],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [de man],

advocaat: A.H.M. van den Steenhoven,

tegen

[de vrouw],
wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: [de vrouw],

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak 417949/HA ZA 12-525 van de rechtbank 's-Gravenhage van 10 oktober 2012;

  2. de arresten in de zaak 200.120.835/01 van het gerechtshof Den Haag van 23 december 2014, 3 februari 2015 (herstelarrest), 26 januari 2016, 14 februari 2017 en 18 december 2018.

[de man] heeft tegen het arrest van het hof van 18 december 2018 beroep in cassatie ingesteld.

Tegen [de vrouw] is verstek verleend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [de man] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 24 april 2020.