Burgerlijk procesrecht

Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Passeren bewijsaanbod; prognoseverbod.

Hoge Raad, 29 oktober 2021

Zaakgegevens

Op 29 oktober 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29 oktober 2021
Datum publicatie
28 oktober 2021
Zaaknummer
20/01927
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
R.K van der Brugge, H.J.W. Alt
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1607
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Passeren bewijsaanbod; prognoseverbod.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 25 juni 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:640
  2. Hoge Raad · 29 oktober 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1607

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/01927

Datum 29 oktober 2021

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: R.K. van der Brugge,

tegen

[verweerder],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: [verweerder],

advocaat: H.J.W. Alt.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/09/520701/HA ZA 16-1220 van de rechtbank Den Haag van 22 maart 2017, 9 augustus 2017, 11 juli 2018 en 5 september 2018;

  2. de arresten in de zaak 200.250.835/01 van het gerechtshof Den Haag van 22 januari 2019 en 31 maart 2020.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 31 maart 2020 beroep in cassatie ingesteld.

[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.H. Sieburgh en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 29 oktober 2021.