Burgerlijk procesrecht

Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Procesrecht. Bewijsvermoeden met betrekking tot tussen partijen…

Hoge Raad, 12 februari 2021

Zaakgegevens

Op 12 februari 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 februari 2021
Datum publicatie
11 februari 2021
Zaaknummer
19/05705
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J.H.M van Swaaij, M.J. van Basten Batenburg
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:221
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Procesrecht. Bewijsvermoeden met betrekking tot tussen partijen gemaakte afspraken. Tegenbewijs. Bewijswaardering.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 4 december 2018

    ECLI:NL:GHSHE:2018:5104
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 17 september 2019

    ECLI:NL:GHSHE:2019:3464
  3. Conclusie A-G · 20 november 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:1117
  4. Hoge Raad · 12 februari 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:221

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/05705

Datum 12 februari 2021

ARREST

In de zaak van

1. [eiser 1],

2. [eiser 2],
beiden wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

hierna gezamenlijk: [eisers],

advocaat: J.H.M. van Swaaij,

tegen

1. [verweerster 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],

3. [verweerster 3] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

4. [verweerder 3],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: [verweerders],

advocaat: M.J. van Basten Batenburg.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/02/310727 / HA ZA 16-62 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 september 2016;

  2. de arresten in de zaak 200.209.603/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 december 2018 en 17 september 2019.

[eisers] hebben tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 12 februari 2021.