Burgerlijk procesrecht

Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Procesrecht. Art. 7:930 lid 4 BW. Had verzekeraar bij kennis van ware…

Hoge Raad, 15 juli 2022

Zaakgegevens

Op 15 juli 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 juli 2022
Datum publicatie
14 juli 2022
Zaaknummer
21/01262
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
H Boom, L.V. van Gardingen
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1091
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Procesrecht. Art. 7:930 lid 4 BW. Had verzekeraar bij kennis van ware stand van zaken omtrent strafrechtelijk verleden van verzekerde als redelijk handelend verzekeraar de verzekeringsovereenkomst gesloten? Had hof partijen over rechterswisseling na tussenuitspraak na mondelinge behandeling moeten informeren?

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 22 december 2020

    ECLI:NL:GHARL:2020:10660
  2. Conclusie A-G · 18 maart 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:257
  3. Hoge Raad · 15 juli 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1091

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 21/01262

Datum 15 juli 2022

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: H. Boom,

tegen

ASR SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd te Utrecht,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: ASR,

advocaat: L.V. van Gardingen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/16/356569/ HA ZA 13-862 van de rechtbank Midden-Nederland van 29 januari 2014 en 21 januari 2015;

  2. de arresten in de zaak 200.169.485 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 januari 2018, 25 juni 2019 en 22 december 2020.

[eiser] heeft tegen de arresten van het hof van 25 juni 2019 en 22 december 2020 beroep in cassatie ingesteld.

ASR heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor ASR toegelicht door haar advocaat, en mede door C. Sprik.

De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ASR begroot op € 7.086,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris , vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 15 juli 2022.