Burgerlijk procesrecht
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht; borgtocht. Nadere afspraak met opschortende voorwaarde. Betwisting of…
Hoge Raad, 4 februari 2022
ECLI:NL:HR:2022:114 · Hoge Raad · 4 februari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-114
Zaakgegevens
Op 4 februari 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 februari 2022
- Datum publicatie
- 3 februari 2022
- Zaaknummer
- 20/02603
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- E.J.H. Zandbergen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:114
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht; borgtocht. Nadere afspraak met opschortende voorwaarde. Betwisting of bevrijdend verweer? Stelplicht en bewijslastverdeling. Art. 24 Rv; art. 149 Rv; art. 150 Rv.
Procesgang
Uitspraak · 2017
ECLI:NL:RBOBR:2017:4176Uitspraak · 2017
ECLI:NL:RBOBR:2017:6882Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 26 mei 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:1632Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 september 2021
ECLI:NL:PHR:2021:778Hoge Raad · 4 februari 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:114
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/02603
Datum 4 februari 2022
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: E.J.H. Zandbergen,
tegen
ALFA COMMERCIAL FINANCE B.V.,
gevestigd te Alphen aan den Rijn,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Alfa,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/01/320798 / HA ZA 17-313 van de rechtbank Oost-Brabant van 5 juli 2017 en 27 december 2017;
-
het arrest in de zaak 200.237.795/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 mei 2020.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Alfa is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Alfa begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 4 februari 2022.