Burgerlijk procesrecht

Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Procesrecht. Grievenstelsel. Grenzen partijdebat in hoger…

Hoge Raad, 18 februari 2022

Zaakgegevens

Op 18 februari 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 februari 2022
Datum publicatie
17 februari 2022
Zaaknummer
20/03154
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
R.K. van der Brugge
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:241
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Procesrecht. Grievenstelsel. Grenzen partijdebat in hoger beroep. Motiveringsklachten. Art. 6:101 BW. Eigen schuld; billijkheidscorrectie.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 7 juli 2020

    ECLI:NL:GHARL:2020:5241
  2. Conclusie A-G · 24 september 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:867
  3. Hoge Raad · 18 februari 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:241

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/03154

Datum 18 februari 2022

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: R.K. van der Brugge,

tegen

1. [verweerster 1] B.V.,
gevestigd te [woonplaats],

2. [verweerster 2] B.V.,
gevestigd te [woonplaats],

VERWEERSTERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: [verweersters],

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/05/316754 / HZ ZA 17-117 van de rechtbank Gelderland van 19 juli 2017 en 31 januari 2018;

  2. de arresten in de zaak 200.246.894 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 december 2019 en 7 juli 2020.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 7 juli 2020 beroep in cassatie ingesteld.

Tegen [verweersters] is verstek verleend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweersters] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze, als voorzitter, en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 18 februari 2022.