Burgerlijk procesrecht
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Procesrecht. Rechtsmiddelenverbod art. 7:262 lid 2 BW. Doorbrekingsgronden…
Hoge Raad, 25 februari 2022
ECLI:NL:HR:2022:309 · Hoge Raad · 25 februari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-309
Zaakgegevens
Op 25 februari 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 februari 2022
- Datum publicatie
- 24 februari 2022
- Zaaknummer
- 21/00796
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- H.J.W Alt, K. Aantjes
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:309
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Procesrecht. Rechtsmiddelenverbod art. 7:262 lid 2 BW. Doorbrekingsgronden. Kantonrechter heeft huurprijs boven de liberalisatiegrens vastgesteld. Is de kantonrechter buiten het toepassingsgebied van de art. 7:246-265 BW en art. 11 lid 4 UHW getreden?
Procesgang
Rechtbank Midden-Nederland · 29 maart 2019
ECLI:NL:RBMNE:2019:6735Rechtbank Midden-Nederland · 18 september 2019
ECLI:NL:RBMNE:2019:6734Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 24 november 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:9731Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 oktober 2021
ECLI:NL:PHR:2021:995Hoge Raad · 25 februari 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:309
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/00796
Datum 25 februari 2022
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaat: K. Aantjes.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak 7149912 MC EXPL 18-6899 van de kantonrechter te Almere van 27 maart 2019 en 18 september 2019;
-
het arrest in de zaak 200.271.820/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 november 2020.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het principale beroep;
-
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 421,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, F.J.P. Lock en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 25 februari 2022.