Burgerlijk procesrecht

Art. 81 lid 1 RO. Caribische zaak. Procesrecht. Contractenrecht. Afwijzing gecedeerde vorderingen uit…

Hoge Raad, 22 april 2022

Zaakgegevens

Op 22 april 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 april 2022
Datum publicatie
21 april 2022
Zaaknummer
20/03479
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:630
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Caribische zaak. Procesrecht. Contractenrecht. Afwijzing gecedeerde vorderingen uit geldleningen op onderwijsinstelling. Klachten over devolutieve werking, bewijslastverdeling en uitleg vaststellingsovereenkomst.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 17 december 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:1185
  2. Hoge Raad · 22 april 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:630

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/03479

Datum 22 april 2022

ARREST

In de zaak van

CARIBBEAN HEALTH HOLDING LLC,
gevestigd te Coral Gables, Florida, Verenigde Staten van Amerika,

VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,

hierna: CHH,

advocaten: J.A.M.A. Sluysmans en N. van Triet,

tegen

ST. MARTINUS UNIVERSITY N.V.,
gevestigd in Curaçao,

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,

hierna: SMU,

advocaten: J.W.H. van Wijk en P.J. Tanja.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak AR 74758/2015 (CUR20171277) van het gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 21 augustus 2017 en 18 februari 2019;

  2. het vonnis in de zaken CUR201701277 en CUR 2019H00085 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 28 juli 2020.

CHH heeft tegen het vonnis van het hof beroep in cassatie ingesteld.

SMU heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.

Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep. Een van de advocaten van CHH heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het vonnis van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat vonnis. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het principale beroep;

  • veroordeelt CHH in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SMU begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien CHH deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 22 april 2022.