Burgerlijk procesrecht

Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Verzoek om voorlopig getuigenverhoor in verband met voorgenomen procedure…

Hoge Raad, 30 juni 2023

Zaakgegevens

Op 30 juni 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30 juni 2023
Datum publicatie
29 juni 2023
Zaaknummer
22/03908
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
D Rijpma, G.C. Nieuwland
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1003
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Verzoek om voorlopig getuigenverhoor in verband met voorgenomen procedure tegen de Staat. Gebrek aan belang? Misbruik van bevoegdheid?

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 21 april 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:459
  2. Hoge Raad · 30 juni 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1003

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 22/03908

Datum 30 juni 2023

BESCHIKKING

In de zaak van

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

hierna: [verzoeker],

advocaat: D. Rijpma,

tegen

DE STAAT DER NEDERLANDEN (MINISTERIE VAN FINANCIËN, BELASTINGDIENST),

zetelende te Den Haag,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de Staat,

advocaat: G.C. Nieuwland.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de beschikking in de zaak C/09/612810/ HA RK 21-230 van de rechtbank Den Haag van 7 oktober 2021;

b. de beschikking in de zaak 200.302.546/01 van het gerechtshof Den Haag van 19 juli 2022.

[verzoeker] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.

De Staat heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [verzoeker] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 857,-- aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verzoeker] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 30 juni 2023.