Burgerlijk procesrecht

Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Niet-ontvankelijkheid wegens overschrijding rechtsmiddelentermijn. Onder meer…

Hoge Raad, 10 november 2023

Zaakgegevens

Op 10 november 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 november 2023
Datum publicatie
9 november 2023
Zaaknummer
23/01396
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1534
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Niet-ontvankelijkheid wegens overschrijding rechtsmiddelentermijn. Onder meer klacht dat art. 6 EVRM is geschonden omdat oorzaak van niet-ontvankelijkverklaring is gelegen in fout van postvervoerbedrijf belast met universele postdiensten.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 15 september 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:808
  2. Hoge Raad · 10 november 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1534

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 23/01396

Datum 10 november 2023

BESCHIKKING

In de zaak van

[de vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

hierna: de vrouw,

advocaten: M.B.A. Alkema en M. Littooij,

tegen

[de man],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de man,

niet verschenen.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de beschikking in de zaak C/19/137367 / FA RK 21-1991 van de rechtbank Noord-Nederland van 26 april 2022;

b. de beschikking in de zaak 200.314.024/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 januari 2023.

De vrouw heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.

De man heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 10 november 2023.