Burgerlijk procesrecht
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Internationale arbitrage. Vernietigingsprocedure, art. 1065 Rv. Bilateraal…
Hoge Raad, 6 december 2024
ECLI:NL:HR:2024:1813 · Hoge Raad · 6 december 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-1813
Zaakgegevens
Op 6 december 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 december 2024
- Datum publicatie
- 6 december 2024
- Zaaknummer
- 22/03895
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- F.E. Vermeulen.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:1813
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Internationale arbitrage. Vernietigingsprocedure, art. 1065 Rv. Bilateraal investeringsverdrag Russische Federatie – Oekraïne (BIT 1998). Onteigening bezittingen op de Krim, schadevergoeding. Samenhang met ECLI:NL:HR:2024:1807, ECLI:NL:HR:2024:1812 en ECLI:NL:HR:2024:1810.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 16 februari 2021
ECLI:NL:GHDHA:2021:184Gerechtshof Den Haag · 19 juli 2022
ECLI:NL:GHDHA:2022:1294Gerechtshof Den Haag · 19 juli 2022
ECLI:NL:GHDHA:2022:1296Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 januari 2024
ECLI:NL:PHR:2024:45Hoge Raad · 6 december 2024
ECLI:NL:HR:2024:1807Hoge Raad · 6 december 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:1813
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/03895
Datum 6 december 2024
ARREST
In de zaak van
DE RUSSISCHE FEDERATIE,
zetelend te Moskou, Russische Federatie,
EISERES tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,
advocaten: [advocaat 1] en [advocaat 2],
tegen
1. AEROPORT BELBEK LLC,
gevestigd te Sevastopol, Krim,
2. [verweerder 2],
zonder bekende woon of verblijfplaats,
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: Belbek c.s.,
advocaat: F.E. Vermeulen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het arrest in de zaak 200.266.443/01 van het gerechtshof Den Haag van 19 juli 2022.
De Russische Federatie heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Belbek c.s. hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Belbek c.s. mede door [betrokkene 1] en [betrokkene 2].
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van zowel het principale cassatieberoep als het incidentele cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Russische Federatie in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Belbek c.s. begroot op € 7.115,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;
in het incidentele beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Belbek c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Russische Federatie begroot op € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Belbek c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 6 december 2024.