Burgerlijk procesrecht
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Renvooiprocedure. Klachten over toepassing tweeconclusieregel.
Hoge Raad, 31 januari 2025
ECLI:NL:HR:2025:161 · Hoge Raad · 31 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-161
Zaakgegevens
Op 31 januari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 januari 2025
- Datum publicatie
- 30 januari 2025
- Zaaknummer
- 24/01035
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J.H.M. van Swaaij
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:161
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Renvooiprocedure. Klachten over toepassing tweeconclusieregel.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 19 december 2023
ECLI:NL:GHSHE:2023:4237Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 november 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1282Hoge Raad · 31 januari 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:161
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/01035
Datum 31 januari 2025
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. ROBI HOUSE II B.V.,
gevestigd te Breda,
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
CUMBERLAND INVESTMENTS DESIGNATED ACTIVITY COMPANY,
gevestigd te Dublin, Ierland,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Cumberland,
advocaten: B.F.L.M. Schim en A.G. Colenbrander.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/01/371328/ HA ZA 21-360 van de rechtbank Oost-Brabant van 22 september 2021, 25 mei 2022 en 13 juli 2022;
b. het arrest in de zaak 200.316.842/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 december 2023.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Cumberland heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Cumberland toegelicht door haar advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Cumberland begroot op € 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 31 januari 2025.