Burgerlijk procesrecht
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Verschoonbare termijnoverschrijding na beweerdelijke apparaatsfout; invloed…
Hoge Raad, 31 januari 2025
ECLI:NL:HR:2025:164 · Hoge Raad · 31 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-164
Zaakgegevens
Op 31 januari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 januari 2025
- Datum publicatie
- 30 januari 2025
- Zaaknummer
- 24/00698
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J van Weerden, N.E. Groeneveld-Tijssens
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:164
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Verschoonbare termijnoverschrijding na beweerdelijke apparaatsfout; invloed onttrekking advocaat op aanvang beroepstermijn?
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 28 november 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:3479Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 december 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1280Hoge Raad · 31 januari 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:164
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/00698
Datum 31 januari 2025
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats], Noorwegen,
2. LIFEX HOLDINGS LIMITED,
gevestigd te Limasol, Cyprus,
EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: Lifex c.s.,
advocaat: J. van Weerden,
tegen
Barend Willem Joseph Marie DE ROY VAN ZUIDEWIJN, in hoedanigheid van curator in het faillissement van ATLANTIC MARINE SERVICES B.V.,
kantoorhoudende te Amsterdam,
VERWEERDER in cassatie, eiser in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: de curator,
advocaat: N.E. Groeneveld-Tijssens.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/696374 / HA ZA 21-111 van de rechtbank Amsterdam van 25 augustus 2021, 19 januari 2022 en 31 augustus 2022;
b. het arrest in de zaak 200.332.363/01 van het gerechtshof Amsterdam van 28 november 2023.
Lifex c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De curator heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de curator heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt Lifex c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 361,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Lifex c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 31 januari 2025.