Civiel recht overig
Vervolg van HR 21 juni 2002, C00/240HR, NJ 2002, 540; arbeidsgeschil, vergoeding bij einde…
Hoge Raad, 14 oktober 2005
ECLI:NL:HR:2005:AU3411 · Hoge Raad · 14 oktober 2005
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2005-au3411
Zaakgegevens
Op 14 oktober 2005 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 oktober 2005
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C04/150HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.J.L.J Duijsens, mr. R.A.A. Duk
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2005:AU3411
Samenvatting
Vervolg van HR 21 juni 2002, C00/240HR, NJ 2002, 540; arbeidsgeschil, vergoeding bij einde arbeidsovereenkomst op de voet van voorheen geldende CAO’s, rechtsverwerking; geding na verwijzing, uitleg van een overeenkomst tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst, Haviltexcriterium, 81 RO.
Procesgang
Hoge Raad · 14 oktober 2005deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2005:AU3411
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 oktober 2005
ECLI:NL:PHR:2005:AU3411
Uitspraak
14 oktober 2005
Eerste Kamer
Nr. C04/150HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser], wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
KIMBERLY-CLARK B.V., gevestigd te Gennep,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
1. De loop van het geding in voorgaande instanties
Voor het verloop van het geding in voorgaande instanties tussen eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - en verweerster in cassatie - verder te noemen: Kimberly-Clark - verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest van 21 juni 2002, rolnr. C00/240, NJ 2002, 540. Bij dat arrest heeft de Hoge Raad het vonnis van de rechtbank te Roermond van 15 mei 2000 vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing verwezen haar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Na memoriewisseling door partijen na verwijzing en na pleidooi heeft het hof 's-Hertogenbosch bij arrest van 20 januari 2004 in het principaal en in het incidenteel appel onder verbetering en aanvulling van de gronden het vonnis van de kantonrechter te Venlo van 3 maart 1999 bekrachtigd en de vordering van [eiser] zoals vermeerderd in appel afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het tweede geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het herstelexploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Kimberly-Clark heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Kimberly-Clark begroot op € 359,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, D.H. Beukenhorst, E.J. Numann en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 14 oktober 2005.