Civiel recht overig
Geschil over de opzegging van een huurovereenkomst woonruimte op grond van stelselmatig tekortschieten in de…
Hoge Raad, 17 februari 2006
ECLI:NL:HR:2006:AV0635 · Hoge Raad · 17 februari 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2006-av0635
Zaakgegevens
Op 17 februari 2006 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 februari 2006
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C05/016HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P. Garretsen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2006:AV0635
Samenvatting
Geschil over de opzegging van een huurovereenkomst woonruimte op grond van stelselmatig tekortschieten in de betaling van huurpenningen en ander aan de huurders verweten wangedrag (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 17 februari 2006deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2006:AV0635
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 februari 2006
ECLI:NL:PHR:2006:AV0635
Uitspraak
17 februari 2006
Eerste Kamer
Nr. C05/016HR
RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploot van 20 december 2001 eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser] c.s. - gedagvaard voor de kantonrechter te Maastricht en gevorderd een datum te bepalen waarop de tussen partijen bestaande huurovereenkomsten met betrekking tot de appartementen aan de [a-straat 1-2] te [plaats], zullen eindigen, zulks met veroordeling van [eiser] c.s. het gehuurde alsdan te ontruimen, op straffe van een dwangsom.
[Eiser] c.s. hebben de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 4 september 2002 bepaald dat de huurovereenkomsten per 30 september 2002 zullen eindigen, [eiser] c.s. veroordeeld met ingang van 1 oktober 2002 voornoemde appartementen te ontruimen en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen dit vonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 2 maart 2004 heeft het hof het bestreden vonnis bekrachtigd, met aanvulling van gronden.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser]s c.s. toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 17 februari 2006.