Civiel recht overig
Arbeidsrecht/procesrecht. Ongeval tijdens werk. Aansprakelijkheid (inlener) op de voet van art. 6:170 BW voor…
Hoge Raad, 8 april 2011
ECLI:NL:HR:2011:BP3051 · Hoge Raad · 8 april 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2011-bp3051
Zaakgegevens
Op 8 april 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 april 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/04094
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.J.W Alt, mr. M.E. Franke
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2011:BP3051
Samenvatting
Arbeidsrecht/procesrecht. Ongeval tijdens werk. Aansprakelijkheid (inlener) op de voet van art. 6:170 BW voor “fout” ondergeschikte als gevolg waarvan de inleenkracht (letsel)schade heeft opgelopen? Had de rechter - ingevolge zijn plicht tot ambtshalve aanvulling van rechtsgrond (art. 25 Rv.) - in dit geval moeten beoordelen of aansprakelijkheid kon worden aangenomen op grond van art. 7:658 BW of was hier sprake van een (ter onderbouwing van de vordering aangedragen) exclusieve rechtsgrond? (art. 81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 8 april 2011deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2011:BP3051
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 april 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BP3051
Uitspraak
8 april 2011
Eerste Kamer
09/04094
EE/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
HILTON MEATS ZAANDAM B.V.,
gevestigd te Zaandam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.E. Franke.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Hilton Meats.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 315724/4122/06 van de kantonrechter te Haarlem van 17 augustus 2006 en 12 oktober 2006;
b. de vonnissen in de zaak 129751/HA ZA 06-1449 van de rechtbank Haarlem 29 november 2006, 28 maart 2007 en 18 juni 2008;
c. het arrest in de zaak 200.015.032/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 28 april 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Hilton Meats heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Hilton Meats mede door mr. G.J. de Lange, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 10 februari 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Hilton Meats begroot op € 384,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 april 2011.