Civiel recht overig
Cassatie. Wisselbepaling art. 69 Rv. Voortzetting van met verzoekschrift in cassatie ingeleide procedure…
Hoge Raad, 14 oktober 2011
ECLI:NL:HR:2011:BT7571 · Hoge Raad · 14 oktober 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2011-bt7571
Zaakgegevens
Op 14 oktober 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 oktober 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/01100
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- [verzoeker]
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2011:BT7571
Samenvatting
Cassatie. Wisselbepaling art. 69 Rv. Voortzetting van met verzoekschrift in cassatie ingeleide procedure volgens regels dagvaardingsprocedure. Bevel tot aanzegging dienenede dag en tot betekening verzoekschrift bij exploot.
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 7 december 2010
ECLI:NL:GHSGR:2010:BP1962Hoge Raad · 14 oktober 2011deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2011:BT7571
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 oktober 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BT7571Hoge Raad · 4 januari 2013
ECLI:NL:HR:2013:BY0971Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 januari 2013
ECLI:NL:PHR:2013:BY0971
Uitspraak
14 oktober 2011
Eerste Kamer
11/01100
EV
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: [verzoeker],
t e g e n
DE GEMEENTE DEN HAAG,
zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en de Gemeente.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 798137/08-25687 van de kantonrechter, rechtbank 's-Gravenhage van 12 maart 2009;
b. de arresten in de zaak 200.035.217/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 14 juli 2009 en 7 december 2010.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 7 december 2010 heeft [verzoeker] bij verzoekschrift beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal .M. Wesseling-van Gent strekt ertoe dat de Hoge Raad beveelt dat de procedure zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure, voorts een roldatum bepaalt en [verzoeker] beveelt de Gemeente tegen die datum op te roepen bij een exploot dat aan alle vereisten voldoet.
3. Beoordeling van de wijze waarop de procedure in cassatie is ingeleid
De Gemeente heeft bij dit geding inleidende dagvaarding gevorderd [verzoeker], kort gezegd, te veroordelen tot betaling van een geldbedrag. Nu [verzoeker] van het vonnis van de kantonrechter, waarin de vordering van de Gemeente is toegewezen, bij dagvaarding in hoger beroep is gegaan en het hof bij arrest uitspraak heeft gedaan, had [verzoeker], ingevolge art. 407 lid 1 Rv., het beroep in cassatie bij dagvaarding dienen in te stellen.
De Hoge Raad zal als volgt beslissen.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
beveelt dat de procedure zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;
bepaalt dat de zaak zal worden uitgeroepen ter rolzitting van de Eerste Enkelvoudige Kamer van 11 november 2011;
beveelt [verzoeker] om de Gemeente bij exploot, met inachtneming van de voor dagvaarding in cassatie geldende vormvoorschriften, aan te zeggen dat de zaak op die zitting van de Hoge Raad zal worden uitgeroepen, en haar daarbij het verzoekschrift in cassatie en de onderhavige beschikking te doen betekenen.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren J.C. van Oven als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 14 oktober 2011.