Civiel recht overig
Procesrecht. Met verzoekschrift ingeleide cassatie in dagvaardingsprocedure; art. 407 lid 1 Rv…
Parket bij de Hoge Raad, 31 oktober 2014
ECLI:NL:PHR:2014:1954 · Parket bij de Hoge Raad · 31 oktober 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/ecli-nl-phr-2014-1954
Zaakgegevens
Op 31 oktober 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 oktober 2014
- Datum publicatie
- 7 november 2014
- Zaaknummer
- 14/04200
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2014:1954
Samenvatting
Procesrecht. Met verzoekschrift ingeleide cassatie in dagvaardingsprocedure; art. 407 lid 1 Rv. Wisselbepaling, art. 69 Rv.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 13 mei 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:1775Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 31 oktober 2014deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2014:1954
Hoge Raad · 12 december 2014
ECLI:NL:HR:2014:3596Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
14/04200
Mr. F.F. Langemeijer
31 oktober 2014 (incident)
Conclusie inzake:
[verzoekster]
tegen
ONVZ Ziektekostenverzekering N.V.
1. Verzoekster tot cassatie heeft een ziektekostenverzekering gesloten bij ONVZ met een aanvullende verzekering voor tandartskosten. ONVZ heeft betaling gevorderd van € 2.166,90 in hoofdsom ter zake van eigen bijdragen en door ONVZ op basis van een volmacht voorgeschoten kosten van tandheelkundige hulp die niet onder de dekking vielen, plus buitengerechtelijke kosten en rente. De gedaagde (thans verzoekster tot cassatie) heeft verweer gevoerd. Na een tussenvonnis van 13 juni 2012 heeft de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam bij eindvonnis van 9 januari 2013 de vordering toegewezen. Bij arrest van 13 mei 2014 heeft het gerechtshof Amsterdam deze vonnissen bekrachtigd.
2. Bij verzoekschrift, ter griffie van de Hoge Raad ingekomen op 13 augustus 2014, heeft de verzoekster te kennen gegeven zelf beroep in cassatie in te stellen. Het verzoekschrift was alleen door haar ondertekend; volgens de toelichting op blz. 1 heeft zij niet tijdig een advocaat bij de Hoge Raad bereid gevonden (art. 426a Rv). Op 27 augustus 2014 - binnen veertien dagen - heeft een advocaat bij de Hoge Raad een door hem ondertekend verzoekschrift ingediend tot herstel van het op 13 augustus 2014 ingediende verzoekschrift.
3. In dit geval is tevens een verkeerde rechtsingang gekozen: het beroep in cassatie had moeten worden ingesteld bij dagvaarding. Art. 69 lid 1 Rv, in beginsel ook in cassatie van toepassing, schrijft voor dat indien een procedure met een verzoekschrift is ingeleid in plaats van met een dagvaarding (of omgekeerd), de rechter zo nodig de aanlegger beveelt binnen een door de rechter te bepalen termijn het stuk waarmee de procedure is ingeleid, te verbeteren of aan te vullen. Indien de Hoge Raad toepassing wenst te geven aan deze bepaling, zou dit een geschikt moment in de cassatieprocedure zijn. In cassatie is tot nu toe geen verweerschrift ingediend.
4. Toepassing van art. 69 lid 1 Rv leidt ertoe dat de verweerder alsnog op de juiste wijze in het geding wordt geroepen en dat de procedure - in dit geval: de procedure in cassatie - in de juiste vorm kan worden voortgezet. De procedure geldt als aanhangig vanaf de oorspronkelijke dag van indiening of dagvaarding. Het vierde lid van art. 69 Rv bepaalt dat de rechter partijen, zo nodig, in de gelegenheid stelt hun stellingen aan de dan toepasselijke rechtsregels aan te passen. Deze bepaling mag ruim worden opgevat: zo kan bijvoorbeeld na het overschakelen van een verzoekschriftprocedure op een dagvaardingsprocedure in eerste aanleg alsnog een eis in reconventie of een incidentele vordering (vrijwaring, voeging enz.) worden ingesteld. De wisselbepaling in art. 69 Rv is evenwel bedoeld om de gevolgen te herstellen van het feit dat aanvankelijk een verkeerde rechtsingang was gekozen (verzoekschrift in plaats van dagvaarding of omgekeerd). Gelet op die doelstelling, kan de toepassing van art. 69 lid 1 Rv m.i. niet worden gebruikt om na het verstrijken van de wettelijke cassatietermijn andere middelen van cassatie voor te dragen dan die welke in het oorspronkelijk ingediende verzoekschrift waren opgenomen.
5. Conclusie
De conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad beveelt dat de procedure zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure, een roldatum bepaalt en aan de verzoekster gelast bij exploot, met inachtneming van de voor een dagvaarding in cassatie geldende vormvoorschriften, aan ONVZ aan te zeggen dat de zaak op die zitting van de Hoge Raad zal worden uitgeroepen.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,
a. - g.