Civiel recht overig

Art. 81 RO. Vervolg van HR 27 november 2009, LJN BJ6596, NJ 2010/493. Arbeidsrecht; kennelijk onredelijk…

Hoge Raad, 13 april 2012

Zaakgegevens

Op 13 april 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 april 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
11/02978
Procedure
Cassatie
Advocaat
aanvankelijk mr. R.A.A. Duk
ECLI
ECLI:NL:HR:2012:BW0218
E-mail

Samenvatting

Art. 81 RO. Vervolg van HR 27 november 2009, LJN BJ6596, NJ 2010/493. Arbeidsrecht; kennelijk onredelijk ontslag is niet komen vast te staan.

Procesgang

  1. Rechtbank Dordrecht · 9 maart 2006

    ECLI:NL:RBDOR:2006:AV7275
  2. Gerechtshof Amsterdam · 8 maart 2011

    ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ2709

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 13 april 2012deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2012:BW0218

    Bekrachtiging/bevestiging

  4. Conclusie A-G · 13 april 2012

    ECLI:NL:PHR:2012:BW0218

Uitspraak

13 april 2012

Eerste Kamer

11/02978

EV/IF

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaten: mr. J.P. Heering en mr. L.B. de Graaf,

t e g e n

[Verweerster],

gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: aanvankelijk mr. R.A.A. Duk, thans mr. P.A. Ruig.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].

1. Het geding

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het arrest in de zaak 09/00978, LJN BJ6596,NJ 2010/493 van de Hoge Raad van 27 november 2009;

b. het arrest in de zaak 200.055.549/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 8 maart 2011.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het tweede geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor [eiser] toegelicht door mr. R.P.J.L. Tjittes en mr. L.B. de Graaf, beiden advocaat bij de Hoge Raad, en voor [verweerster] door mr. S.F. Sagel en mr. M.V.E.E. Jansen, beiden advocaat te Amsterdam.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaten van [eiser] hebben bij brief van 16 maart 2012 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 2.428,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren J.C. van Oven, C.A. Streefkerk, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 13 april 2012.