Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Aannemingsovereenkomst. Beëindiging werk in onvoltooide staat. Uitleg art…
Hoge Raad, 24 juni 2016
ECLI:NL:HR:2016:1310 · Hoge Raad · 24 juni 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2016-1310
Zaakgegevens
Op 24 juni 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 juni 2016
- Datum publicatie
- 24 juni 2016
- Zaaknummer
- 15/00400
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P. Kuipers
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:1310
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Aannemingsovereenkomst. Beëindiging werk in onvoltooide staat. Uitleg art. 14 lid 8 UAVTI 1992. Vertraging van meer dan twee maanden. Vraag of nog werkzaamheden zijn of hadden kunnen worden verricht. Cassatiegeding ten aanzien van een der partijen geschorst (art. 29 Fw).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 april 2016
ECLI:NL:PHR:2016:294Hoge Raad · 24 juni 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:1310
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
24 juni 2016
Eerste Kamer
15/00400
RB/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
AANNEMERS- EN STAALCONSTRUCTIEBEDRIJF AAN DE STEGGE B.V.,
gevestigd te Goor, gemeente Hof van Twente,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Kuipers,
t e g e n
1. COMBINATIE HEIJMANS-IMTECH V.O.F.,
gevestigd te Rosmalen,
2. HEIJMANS INFRASTRUCTUUR B.V.,
gevestigd te Rosmalen,
3. IMTECH NEDERLAND B.V.,
gevestigd te ’s-Gravenhage,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaten: mr. R.P.J.L. Tjittes en mr. J.W. de Jong.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Aan de Stegge en de Combinatie c.s.
1 Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 271883/HA ZA 09-1834 van de rechtbank van Utrecht van 17 februari 2010, 24 november 2010 en 21 december 2011;
b. de arresten in de zaak 200.104.908 van het gerechtshof Arnhem van 25 september 2012 en van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 september 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 2 september 2014 heeft Aan de Stegge beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Combinatie c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
Bij brief van 25 november 2015 heeft Aan de Stegge aan de Hoge Raad bericht dat Imtech op 13 augustus 2015 failliet is verklaard, alsmede de Hoge Raad verzocht het geding te schorsen en een termijn te bepalen waarbinnen zij de curatoren van Imtech tot overneming van het geding kan oproepen. Met toestemming van de Hoge Raad heeft Aan de Stegge de curatoren vervolgens opgeroepen tegen de rolzitting van 18 december 2015. De curatoren hebben het geding niet overgenomen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot:
- schorsing op de voet van art. 29 Fw van de procedure in conventie tussen Aan de Stegge en Imtech;
- verwerping van het cassatieberoep in de procedure voor het overige.
De advocaat van Aan de Stegge heeft bij brief van 28 april 2016 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
Nu de door Aan de Stegge in conventie tegen Imtech ingestelde vordering een rechtsvordering is die voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel heeft en de Procureur-Generaal op de faillissementsdatum nog geen conclusie had genomen, zodat art. 30 lid 1 Fw niet van toepassing is (vgl. HR 21 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:675, NJ 2015/305), is het geding in conventie tussen deze partijen als gevolg van de faillietverklaring op de voet van art. 29 Fw geschorst.
Aangezien de curatoren het geding in reconventie niet hebben overgenomen en Aan de Stegge niet om ontslag van de instantie heeft gevraagd, kan het geding in reconventie tussen Imtech en Aan de Stegge ingevolge art. 27 lid 2 Fw buiten bezwaar van de boedel worden voortgezet.
Voor zover het geding niet is geschorst, kunnen de in het middel aangevoerde klachten niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verstaat dat het geding in conventie tussen Aan de Stegge en Imtech is geschorst op 13 augustus 2015;
verwerpt het beroep voor het overige;
veroordeelt Aan De Stegge in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Combinatie en Heijmans Infrastructuur begroot op € 6.467,37 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, G. Snijders, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 24 juni 2016.