Civiel recht overig
Cassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat…
Hoge Raad, 8 juli 2016
ECLI:NL:HR:2016:1462 · Hoge Raad · 8 juli 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2016-1462
Zaakgegevens
Op 8 juli 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 juli 2016
- Datum publicatie
- 8 juli 2016
- Zaaknummer
- 15/03412
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.L van Lookeren Campagne, mr. D.M. de Knijff
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:1462
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Cassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad. Later ingediend alsnog door advocaat bij de Hoge Raad ondertekend verzoekschrift wijkt af van oorspronkelijk verzoekschrift. (HR 10 juli 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI0773, NJ 2010/212).
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 7 april 2015
ECLI:NL:GHDHA:2015:3402Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 1 april 2016
ECLI:NL:PHR:2016:199Hoge Raad · 8 juli 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:1462
Conclusie contrairGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
8 juli 2016
Eerste Kamer
15/03412
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. H.L. van Lookeren Campagne,
t e g e n
1. [verweerder 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. STICHTING SCHADEREGELINGSKANTOOR VOOR RECHTSBIJSTANDVERZEKERING,
gevestigd te Zoetermeer,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. D.M. de Knijff.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en SRK c.s.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak C/09/443117 HA RK 14-157 van de rechtbank Den Haag van 2 september 2014;
b. de beschikking in de zaak 200.160.535/01 van het gerechtshof Den Haag van 7 april 2015.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
SRK c.s. hebben een verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 lid 1 RO.
De advocaat van SRK c.s. heeft bij brief van 8 april 2016 op die conclusie gereageerd; de advocaat van [verzoeker] heeft dat gedaan bij brief van 14 april 2016.
3 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) [verzoeker] heeft tegen de beschikking van het hof van 7 april 2015 cassatieberoep ingesteld door middel van een op 7 juli 2015 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen verzoekschrift. Dit verzoekschrift voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv, omdat het niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad.
(ii) Bij brief van 10 juli 2015 heeft de griffie van de Hoge Raad [verzoeker] medegedeeld dat hij voor het instellen van cassatieberoep dient te worden bijgestaan door een advocaat bij de Hoge Raad en dat hij tot en met 24 juli 2015 kan laten weten of hij het cassatieberoep wenst door te zetten.
(iii) Op 23 juli 2015 heeft mr. Van Lookeren Campagne een door hem ondertekend verzoekschrift ingediend, waarin hij namens [verzoeker] cassatieberoep instelt. Dit verzoekschrift komt niet overeen met het op 7 juli 2015 ingediende verzoekschrift.
(iv) Bij brief van 24 juli 2015 heeft de griffie van de Hoge Raad mr. Van Lookeren Campagne medegedeeld dat het verzoekschrift van 23 juli 2015 niet overeenkomt met dat van 7 juli 2015, en dat dit verzuim binnen twee weken na dagtekening van de brief kan worden hersteld.
(v) Op 5 augustus 2015 heeft mr. Van Lookeren Campagne het – inmiddels door hem ondertekende – verzoekschrift van 7 juli 2015 ter griffie van de Hoge Raad ingediend.
Volgens vaste rechtspraak kan, indien een verzoekschrift tot cassatie wordt ingediend dat niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, dit verzuim worden hersteld doordat binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad van het oorspronkelijke verzoekschrift, een advocaat bij de Hoge Raad een door hem getekend exemplaar van datzelfde verzoekschrift ter griffie indient (zie onder meer HR 10 juli 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI0773, NJ 2010/212).
Mr. Van Lookeren Campagne heeft - in weerwil van de hiervoor in 3.2.1 vermelde vaste rechtspraak - op 23 juli 2015 een door hem ondertekend verzoekschrift tot cassatie ingediend dat niet overeenkomt met het verzoekschrift van 7 juli 2015. Omdat aldus niet het hiervoor in 3.2.1 bedoelde verzuim is hersteld, en de cassatietermijn op 23 juli 2015 inmiddels was verstreken, dient [verzoeker] in zijn beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Aan het hiervoor in 3.2.2 overwogene doen de door de griffie van de Hoge Raad in de brieven van 10 en 24 juli 2015 gedane mededelingen niet af, omdat een advocaat bij de Hoge Raad geacht wordt op de hoogte te zijn van de volgens vaste rechtspraak geldende procedurele regels en van de verstrekkende gevolgen die verbonden zijn aan het niet-inachtnemen hiervan. Aan het hiervoor in 3.2.2 overwogene doet evenmin af dat mr. Van Lookeren Campagne op 5 augustus 2015 alsnog het – inmiddels door hem ondertekende – verzoekschrift van 7 juli 2015 heeft ingediend, nu het verzoekschrift van 5 augustus 2015 is ingediend na het verstrijken van de hiervoor in 3.2.1 vermelde termijn van twee weken.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 8 juli 2016.