Insolventierecht
Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Faillissementsrecht. Faillissementspauliana. Art. 42 Fw. Samenstel van…
Hoge Raad, 24 mei 2024
ECLI:NL:HR:2024:747 · Hoge Raad · 24 mei 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-747
Zaakgegevens
Op 24 mei 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 mei 2024
- Datum publicatie
- 23 mei 2024
- Zaaknummer
- 23/01909
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- M.A.J.G Janssen, J.H.M. van Swaaij
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:747
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Faillissementsrecht. Faillissementspauliana. Art. 42 Fw. Samenstel van rechtshandelingen? Zijn schuldeisers door geldlening benadeeld?
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 28 februari 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:1769Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 maart 2024
ECLI:NL:PHR:2024:326Hoge Raad · 24 mei 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:747
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/01909
Datum 24 mei 2024
ARREST
In de zaak van
Cornelis Hendrik Johannes VAN DER MAAS, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van HODN I B.V.,
kantoorhoudende te Haren,
EISER tot cassatie,
hierna: de curator,
advocaat: M.A.J.G. Janssen,
tegen
[verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaat: J.H.M. van Swaaij.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/18/197159 / HA ZA 20-26 van de rechtbank Noord-Nederland van 22 september 2021;
b. het arrest in de zaak 200.304.822/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 februari 2023.
De curator heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerster] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de curator heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de curator deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 24 mei 2024.