Insolventierecht

Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Pauliana. Selectieve betalingen…

Hoge Raad, 19 december 2025

Zaakgegevens

Op 19 december 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 december 2025
Datum publicatie
18 december 2025
Zaaknummer
25/00100
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
M.E. ten Brinke.
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1954
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Pauliana. Selectieve betalingen. Overdracht van perceel grond tegen hoger bedrag dan de waarde.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 15 oktober 2024

    ECLI:NL:GHARL:2024:6383
  2. Conclusie A-G · 7 november 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1214
  3. Hoge Raad · 19 december 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1954

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 25/00100

Datum 19 december 2025

ARREST

In de zaak van

[eiser],

wonende te [plaats],

EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,

hierna: [eiser],

advocaten: E.J.H. Zandbergen en J. van Weerden,

tegen

J.M. ERINGA, in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van Megahome.nl B.V., Megahome.nl Grond B.V., NPB Beheer B.V., Megahome.nl Beheer B.V., MEGA Bouwbedrijf B.V., NPB Bouw B.V., NPB Bouwbedrijf B.V., Megahome.nl Bouw B.V. en NPB Onroerend Goed B.V.,

kantoorhoudende te Enschede,

VERWEERDER in cassatie, eiser in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,

hierna: de curator,

advocaat: M.E. ten Brinke.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/08/243750 / HA ZA 20-67 van de rechtbank Overijssel van 23 maart 2022, 4 mei 2022, 1 maart 2023 en 12 april 2023 (herstelvonnis);

b. de arresten in de zaak 200.331.697 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 april 2024 en 15 oktober 2024.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 15 oktober 2024 beroep in cassatie ingesteld.

De curator heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het principale beroep;

- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 2.554,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 19 december 2025.