Insolventierecht

Hoge Raad · Cassatie · Insolventierecht

Hoge Raad, 25 oktober 2002

Zaakgegevens

Op 25 oktober 2002 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 oktober 2002
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
R02/032HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P. Garretsen.
ECLI
ECLI:NL:HR:2002:AE8475
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 25 oktober 2002deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2002:AE8475

  2. Conclusie A-G · 25 oktober 2002

    ECLI:NL:PHR:2002:AE8475

Uitspraak

25 oktober 2002

Eerste Kamer

Rek.nr. R02/032HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Verzoeker 1],

2. [Verzoekster 2],

beiden wonende te [woonplaats],

VERZOEKERS tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen.

1. Het geding in feitelijke instantie

Met twee op 23 november 2001 ter griffie van de Rechtbank te Zutphen ingediende verzoekschriften hebben verzoekers tot cassatie - verder afzonderlijk te noemen: [verzoeker 1] en [verzoekster 2] - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht de schuldsaneringsregeling op hen van toepassing te verklaren.

De Rechtbank heeft bij vonnissen van 12 februari 2002 beide verzoeken afgewezen.

Tegen beide vonnissen hebben [verzoeker 1] en [verzoekster 2] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Arnhem. Het Hof heeft beide beroepen gevoegd behandeld.

Bij arrest van 11 april 2002 heeft het Hof beide vonnissen waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof hebben [verzoeker 1] en [verzoekster 2] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, als voorzitter, D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 25 oktober 2002.