Insolventierecht
6 februari 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/047HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1…
Hoge Raad, 6 februari 2004
ECLI:NL:HR:2004:AO1331 · Hoge Raad · 6 februari 2004
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2004-ao1331
Zaakgegevens
Op 6 februari 2004 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 februari 2004
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R03/047HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- aanvankelijk mr. R.G.E. de Vries
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2004:AO1331
Samenvatting
6 februari 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/047HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Verzoeker 1], en 2. [Verzoekster 2], beiden wonende te [woonplaats], VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: aanvankelijk mr. R.G.E. de Vries, thans mr. R.A. van der Hansz. 1. Het geding in feitelijke instanties...
Procesgang
Hoge Raad · 6 februari 2004deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2004:AO1331
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 februari 2004
ECLI:NL:PHR:2004:AO1331
Uitspraak
6 februari 2004
Eerste Kamer
Rek.nr. R03/047HR
JMH/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1], en
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. R.G.E. de Vries,
thans mr. R.A. van der Hansz.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verzoekers tot cassatie - verder te noemen: [verzoekers] - hebben zich met afzonderlijke verzoekschriften gewend tot de rechtbank te Utrecht en verzocht de toepassing over de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
De verzoekschriften zijn behandeld ter terechtzitting van 25 februari 2003.
De Rechtbank heeft bij twee vonnissen van 26 februari 2003 de verzoeken afgewezen.
Tegen deze vonnissen hebben [verzoekers] met twee op 5 maart 2003 ingediende verzoekschriften hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Het hof heeft deze twee verzoeken gevoegd behandeld.
Bij een arrest van 10 april 2003 heeft het hof de vonnissen waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [verzoekers] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek.
De advocaat van verzoekers heeft bij brief van 12 december 2003 op die conclusie gereageerd.
Bij nadere conclusie van 19 december 2003 heeft de Advocaat-Generaal geconcludeerd tot ontvankelijkverklaring van het verzoek tot cassatie en tot verwerping van dat verzoek.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, A. Hammerstein en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 6 februari 2004.