Insolventierecht
6 februari 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/127HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van…
ECLI:NL:HR:2004:AO1340 · Hoge Raad · 6 februari 2004
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2004-ao1340
Zaakgegevens
Op 6 februari 2004 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 februari 2004
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R03/127HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht Insolventierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. L.Ph.J baron van Utenhove, mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2004:AO1340
Samenvatting
6 februari 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/127HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DIRECTORS CAST & CREW PAYROLL SERVICES B.V., gevestigd te Amsterdam, VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. L.Ph.J. baron van Utenhove, t e g e n [Verweerder], voorheen handelende onder de naam Hectic Illusions, laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai. 1. Het geding in feitelijke instanties...
Procesgang
Hoge Raad · 6 februari 2004deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2004:AO1340
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 februari 2004
ECLI:NL:PHR:2004:AO1340
Uitspraak
6 februari 2004
Eerste Kamer
Rek.nr. R03/127HR
JMH/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
DIRECTORS CAST & CREW PAYROLL SERVICES B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. L.Ph.J. baron van Utenhove,
t e g e n
[Verweerder], voorheen handelende onder de naam Hectic Illusions,
laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 15 juli 2003 ter griffie van de rechtbank te Amsterdam ingekomen verzoekschrift heeft verzoekster in cassatie - verder te noemen: Payroll - zich gewend tot die rechtbank en verzocht verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - in staat van faillissement te verklaren.
[Verweerder] heeft het verzoek bestreden.
De Rechtbank heeft bij vonnis van 2 september 2003 [verweerder] in staat van faillissement verklaard.
Tegen dit vonnis heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 14 oktober 2003 heeft het hof het vonnis waarvan beroep vernietigd, het inleidend verzoek alsnog afgewezen en Payroll in de proceskosten aan de zijde van [verweerder] in beide instanties veroordeeld.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Payroll beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft een verweerschrift ingediend; daarbij heeft hij verzocht het beroep te verwerpen en Payroll te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Payroll in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 316,34 aan verschotten en € 1.135,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice- president R. Herrmann als voorzitter en de raads- heren O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein, P.C. Kop en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 6 februari 2004.