Insolventierecht

WSNP, afwijzing van een verzoek om toepassing schuldsaneringsregeling, ontstaan of onbetaald laten van…

Zaakgegevens

Op 16 december 2005 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 december 2005
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
R05/027HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. J.I. van Vlijmen.
ECLI
ECLI:NL:HR:2005:AU7495
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

WSNP, afwijzing van een verzoek om toepassing schuldsaneringsregeling, ontstaan of onbetaald laten van schulden niet te goeder trouw?, 81 RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 16 december 2005deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2005:AU7495

  2. Conclusie A-G · 16 december 2005

    ECLI:NL:PHR:2005:AU7495

Uitspraak

16 december 2005

Eerste Kamer

Rek.nr. R05/027HR

RM/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. J.I. van Vlijmen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 22 juli 2004 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - zich gewend tot die rechtbank en verzocht ten aanzien van hem de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.

Na behandeling van het verzoek op 25 oktober 2004, waarbij [verzoeker] is gehoord, heeft de rechtbank bij vonnis van dezelfde datum het verzoek afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 17 februari 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 december 2005.