Insolventierecht

WSNP, voortzetting schuldsaneringsregeling; niet-ontvankelijkheid hoger beroep saniet wegens het ontbreken…

Zaakgegevens

Op 10 februari 2006 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 februari 2006
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
R05/120HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. A. Ramsoedh.
ECLI
ECLI:NL:HR:2006:AU5709
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

WSNP, voortzetting schuldsaneringsregeling; niet-ontvankelijkheid hoger beroep saniet wegens het ontbreken van gronden van beroep (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 10 februari 2006deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2006:AU5709

  2. Conclusie A-G · 10 februari 2006

    ECLI:NL:PHR:2006:AU5709

Uitspraak

10 februari 2006

Eerste Kamer

Rek.nr. R05/120HR

RM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. A. Ramsoedh.

1. Het geding in feitelijke instanties

Ten aanzien van verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - is bij vonnis van de rechtbank te Utrecht van 7 mei 2002 de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.

Nadat de rechtbank de verificatievergadering had gehouden en op 19 april en 17 mei 2005 de zaak had behandeld, heeft zij bij vonnis van 24 mei 2005 bepaald dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt voortgezet en een saneringsplan vastgesteld. De rechtbank heeft voorts vastgesteld dat [verzoeker] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen, en dat geen toepassing wordt gegeven aan art. 354 lid 2 F.

Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] bij verzoekschrift van 31 mei 2005 hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [Verzoeker] heeft op 17 augustus 2005 een nader beroepschrift ingediend.

Na behandeling van de zaak op 26 augustus 2005, heeft het hof bij arrest van 2 september 2005 [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 februari 2006.