Insolventierecht
WSNP; beëindiging van de toepassing van een schuldsaneringsregeling op de voet van art. 350 lid 3 onder c F…
ECLI:NL:HR:2006:AV1580 · Hoge Raad · 10 maart 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2006-av1580
Zaakgegevens
Op 10 maart 2006 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 maart 2006
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R05/161HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht Insolventierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. D.M. de Knijff.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2006:AV1580
Samenvatting
WSNP; beëindiging van de toepassing van een schuldsaneringsregeling op de voet van art. 350 lid 3 onder c F., informatieplicht schuldenaar, verzwijging van aan de toepassing voorafgaande handelingen tot benadeling van schuldeisers, fraudeschulden (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 10 maart 2006deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2006:AV1580
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 maart 2006
ECLI:NL:PHR:2006:AV1580
Uitspraak
10 maart 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/161HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. D.M. de Knijff.
1. Het geding in feitelijke instanties
Op verzoek van verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de schuldenaar - heeft de rechtbank te Arnhem bij vonnis van 29 september 2003 definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van de schuldenaar uitgesproken en een rechter-commissaris en een bewindvoerder benoemd.
Met een op 25 juli 2005 gedateerde brief heeft de bewindvoerder beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van de schuldenaar verzocht.
De schuldenaar heeft het verzoek bestreden.
De Rechtbank heeft na een mondelinge behandeling ter terechtzitting van 13 oktober 2005 bij vonnis van 20 oktober 2005 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd en in het faillissement van de schuldenaar een rechter-commissaris en een curator benoemd.
Tegen laatstvermeld vonnis heeft de schuldenaar hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 1 december 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank te Arnhem van 20 oktober 2005 bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de schuldenaar beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de schuldenaar heeft bij brief van 11 januari 2006 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 maart 2006.