Insolventierecht
WSNP, definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling, goede trouw als bedoeld in art. 288 lid 2 onder…
ECLI:NL:HR:2006:AV6064 · Hoge Raad · 31 maart 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2006-av6064
Zaakgegevens
Op 31 maart 2006 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 maart 2006
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R05/050HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht Insolventierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2006:AV6064
Samenvatting
WSNP, definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling, goede trouw als bedoeld in art. 288 lid 2 onder b F., motivering (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 31 maart 2006deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2006:AV6064
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 31 maart 2006
ECLI:NL:PHR:2006:AV6064
Uitspraak
31 maart 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/050HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1] en
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 24 juni 2004 ter griffie van de rechtbank te Arnhem ingediend verzoekschrift hebben verzoekers tot cassatie - verder te noemen: de schuldenaren - zich gewend tot die rechtbank en verzocht op hen de schuldsaneringsregeling van toepassing te verklaren.
Bij twee afzonderlijke vonnissen van 20 september 2004 heeft de rechtbank de voorlopige toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uitgesproken en een bewindvoerder en een rechter-commissaris benoemd.
Nadat de bewindvoerder verslag had uitgebracht en de rechtbank de schuldenaren op 8 februari 2005 had gehoord, heeft de rechtbank bij vonnis van 3 maart 2005 de verzoeken van de schuldenaren afgewezen.
Tegen laatstvermeld vonnis hebben de schuldenaren hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 31 maart 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank te Arnhem van 3 maart 2005 bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben de schuldenaren beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 31 maart 2006.