Insolventierecht

WSNP, beëindiging van definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling, schending van de…

Zaakgegevens

Op 7 april 2006 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 april 2006
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
R05/157HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. M.L. Kleyn.
ECLI
ECLI:NL:HR:2006:AV6084
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

WSNP, beëindiging van definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling, schending van de informatieplicht schuldenaar, het laten ontstaan van nieuwe schulden (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 7 april 2006deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2006:AV6084

  2. Conclusie A-G · 7 april 2006

    ECLI:NL:PHR:2006:AV6084

Uitspraak

7 april 2006

Eerste Kamer

Rek.nr. R05/157HR

RM/JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiser 1],

2. [Eiseres 2],

wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. M.L. Kleyn.

1. Het geding in feitelijke instanties

Bij vonnis van 20 mei 2003 heeft de rechtbank te Breda ten aanzien van eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser] c.s. - de definitieve toepassing van de schuldsanering uitgesproken.

In verband met een voorstel tot beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft de bewindvoerder op 13 juni 2005 schriftelijk verslag aan de rechter-commissaris uitgebracht. In dat verslag heeft de bewindvoerder geadviseerd tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling over te gaan. De rechter-commissaris heeft zich bij het oordeel van de bewindvoerder aangesloten.

Na mondelinge behandeling op 8 augustus 2005 heeft de rechtbank bij vonnis van 15 augustus 2005 vastgesteld dat [eiser] c.s. toerekenbaar zijn tekortgeschoten in de nakoming van één of meer uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen, de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd en, voor het geval deze uitspraak in kracht van gewijsde gaat, waardoor schuldenaar van rechtswege in staat van faillissement verkeert, in dat faillissement een rechter-commissaris benoemd.

Tegen dit vonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Bij arrest van 21 november 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, P.C. Kop en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 7 april 2006.