Insolventierecht

WSNP, tussentijdse beëindiging van toepassing van schuldsaneringsregeling op grond van art. 350 lid 3, aanhef…

Hoge Raad, 1 september 2006

Zaakgegevens

Op 1 september 2006 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 september 2006
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
R05/149HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
ECLI
ECLI:NL:HR:2006:AW6233
E-mail

Samenvatting

WSNP, tussentijdse beëindiging van toepassing van schuldsaneringsregeling op grond van art. 350 lid 3, aanhef en onder a, F.; schending door schuldenaren van informatieplicht (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 1 september 2006deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2006:AW6233

  2. Conclusie A-G · 1 september 2006

    ECLI:NL:PHR:2006:AW6233

Uitspraak

1 september 2006

Eerste Kamer

Rek.nr. R05/149HR

JMH/RM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Verzoeker 1] en

2. [Verzoekster 2],

beiden wonende te [woonplaats],

VERZOEKERS tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.

1. Het geding in feitelijke instanties

De rechtbank te 's-Gravenhage heeft bij vonnis van 16 februari 2005 ten aanzien van verzoekers tot cassatie - verder te noemen: de schuldenaren - de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken en daarbij een rechter-commissaris en een bewindvoerder benoemd.

Op 4 juli 2005 heeft de bewindvoerder bij deze rechtbank een verzoek ingediend strekkende tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling onder het gelijktijdig uitspreken van het faillissement van de schuldenaren.

Na een mondelinge behandeling van voormeld verzoek op 2 september 2005 heeft de rechtbank bij vonnis van diezelfde dag de toepassing van de schuldsaneringsregelingen van beide schuldenaren beëindigd en voor het geval deze uitspraak kracht van gewijsde krijgt bepaald dat zij in staat van faillissement zullen verkeren. Tevens heeft zij een rechter-commissaris en een curator benoemd.

Tegen dit vonnis hebben de schuldenaren hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 8 november 2005 heeft het hof voormeld vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben de schuldenaren beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 september 2006.