Insolventierecht
WSNP; hernieuwd verzoek om toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen op grond van art. 288 lid 1…
Hoge Raad, 8 december 2006
ECLI:NL:HR:2006:AY9688 · Hoge Raad · 8 december 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2006-ay9688
Zaakgegevens
Op 8 december 2006 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 december 2006
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- R06/091HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. K. Aantjes.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2006:AY9688
Samenvatting
WSNP; hernieuwd verzoek om toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen op grond van art. 288 lid 1, aanhef en onder b, en lid 2, aanhef en onder b, F. (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 8 december 2006deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2006:AY9688
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 december 2006
ECLI:NL:PHR:2006:AY9688
Uitspraak
8 december 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/091HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 5 juli 2004 ter griffie van de rechtbank te Arnhem ingekomen verzoekschrift heeft verzoekster tot cassatie - verder te noemen: [verzoekster] - zich gewend tot die rechtbank en verzocht ten aanzien van haar de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
De rechtbank heeft bij vonnis van 14 januari 2005 dit verzoek afgewezen. In hoger beroep heeft het hof te Arnhem bij arrest van 24 februari 2005 dit vonnis bekrachtigd.
Met een op 5 juli 2004 ter griffie van de rechtbank te Arnhem ingekomen verzoekschrift heeft [verzoekster] opnieuw een verzoek bij de rechtbank te Arnhem ingediend tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.
[Verzoekster] is gehoord ter terechtzitting van 24 april 2006, hierna heeft de rechtbank bij vonnis van 1 mei 2006 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis van de rechtbank heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Na mondelinge behandeling op 22 juni 2006, heeft het hof bij arrest van 29 juni 2006 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 18 oktober 2006 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 december 2006.