Insolventierecht
WSNP; beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling zonder verstrekking van een ‘schone lei’…
Hoge Raad, 5 januari 2007
ECLI:NL:HR:2007:AZ2596 · Hoge Raad · 5 januari 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2007-az2596
Zaakgegevens
Op 5 januari 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 januari 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- R06/064HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2007:AZ2596
Samenvatting
WSNP; beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling zonder verstrekking van een ‘schone lei’; art. 354 lid 1 F. (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 5 januari 2007deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2007:AZ2596
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 januari 2007
ECLI:NL:PHR:2007:AZ2596
Uitspraak
5 januari 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/064HR
RM/MK
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van 7 april 2003 heeft de rechtbank te Amsterdam ten aanzien van verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.
Op 2 februari 2006 heeft er een verificatievergadering plaatsgevonden en op 1 maart 2006 is de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling behandeld.
De rechtbank heeft bij vonnis van 8 maart 2006 vastgesteld dat [verzoeker] in de nakoming van één of meer uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en de toepassing van de schuldsaneringsregeling zonder verstrekking van een schone lei beëindigd.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Het hoger beroep is behandeld ter terechtzitting van 2 mei 2006.
Bij arrest van 23 mei 2006 heeft het hof de uitspraak waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 januari 2007.