Insolventierecht
WSNP; tussentijdse beëindiging van toepassing van schuldsaneringsregeling op grond van art. 350 lid 3, aanhef…
Hoge Raad, 23 februari 2007
ECLI:NL:HR:2007:AZ4854 · Hoge Raad · 23 februari 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2007-az4854
Zaakgegevens
Op 23 februari 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 februari 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- R06/079HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.J.W. Alt.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2007:AZ4854
Samenvatting
WSNP; tussentijdse beëindiging van toepassing van schuldsaneringsregeling op grond van art. 350 lid 3, aanhef en onder c, F. (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 23 februari 2007deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2007:AZ4854
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 februari 2007
ECLI:NL:PHR:2007:AZ4854
Uitspraak
23 februari 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/079HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van de rechtbank te Haarlem is ten aanzien van verzoekster tot cassatie - verder te noemen: [verzoekster] - de toepassing van de definitieve schuldsaneringsregeling uitgesproken.
De bewindvoerder heeft op 9 december 2005 de rechtbank verzocht de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen.
De behandeling van het verzoek is op 7 februari 2006 aangehouden teneinde [verzoekster] een laatste kans te geven alsnog aan haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling te voldoen.
De rechter-commissaris heeft geadviseerd de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen.
De rechtbank heeft bij vonnis van 28 maart 2006 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd en haar faillissement uitgesproken.
Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Na behandeling van het hoger beroep op 16 mei 2006, heeft het hof bij arrest van 16 juni 2006 de uitspraak waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 februari 2007.