Insolventierecht

WSNP, afgewezen verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van art. 288 lid 2, aanhef en…

Zaakgegevens

Op 9 februari 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 februari 2007
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
R06/104HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P. Garretsen.
ECLI
ECLI:NL:HR:2007:AZ4855
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

WSNP, afgewezen verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van art. 288 lid 2, aanhef en onder b, F. wegens het niet te goeder trouw laten ontstaan van schulden (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 9 februari 2007deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2007:AZ4855

  2. Conclusie A-G · 9 februari 2007

    ECLI:NL:PHR:2007:AZ4855

Uitspraak

9 februari 2007

Eerste Kamer

Rek.nr. R06/104HR

RM/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Verzoeker 1],

2. [Verzoeker 2],

beiden wonende te [woonplaats],

VERZOEKERS tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Bij op 30 maart 2006 ter griffie van de rechtbank te Amsterdam ingediende verzoekschriften hebben verzoekers tot cassatie - verder te noemen: [verzoekers] - verzocht ten aanzien van hen de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.

De rechtbank heeft bij beschikkingen van 10 mei 2006 de verzoeken afgewezen.

Tegen deze beschikkingen hebben [verzoekers] gezamenlijk hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Na behandeling op 23 juni 2006 heeft het hof bij arrest van 28 juli 2006 de uitspraken van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [verzoekers] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 februari 2007.