Insolventierecht

WSNP, afgewezen verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van art. 288 lid 2, aanhef en…

Zaakgegevens

Op 9 februari 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 februari 2007
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
R06/026HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. E.J.W.F. Deen.
ECLI
ECLI:NL:HR:2007:AZ5687
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

WSNP, afgewezen verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van art. 288 lid 2, aanhef en onder b, F. wegens het niet te goeder trouw laten ontstaan van schulden (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 9 februari 2007deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2007:AZ5687

  2. Conclusie A-G · 9 februari 2007

    ECLI:NL:PHR:2007:AZ5687

Uitspraak

9 februari 2007

Eerste Kamer

Rek.nr. R06/026HR

MK/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. E.J.W.F. Deen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 8 maart 2005 ter griffie van de rechtbank te Dordrecht ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de schuldenaar - zich gewend tot die rechtbank en verzocht op hem de schuldsaneringsregeling van toepassing te verklaren.

De rechtbank heeft bij vonnis van 3 augustus 2005 het verzoek afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft de schuldenaar hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 21 februari 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de schuldenaar beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 februari 2007.