Insolventierecht
Faillissementsrecht. Afgewezen verzoek schuldeiser tot bevel aan faillissementscurator bepaalde informatie te…
ECLI:NL:HR:2007:BA0575 · Hoge Raad · 23 maart 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2007-ba0575
Zaakgegevens
Op 23 maart 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 maart 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- R06/103HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht Insolventierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. F.Th.P. van Voorst
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2007:BA0575
Samenvatting
Faillissementsrecht. Afgewezen verzoek schuldeiser tot bevel aan faillissementscurator bepaalde informatie te verschaffen (art. 3:15j BW/art. 843a Rv.) t.b.v. een aansprakelijkheidsprocedure tegen bestuurders; omvang van informatieplicht curator; strekking bevel als bedoeld in art. 69 F., belangenafweging (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 23 maart 2007deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2007:BA0575
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 maart 2007
ECLI:NL:PHR:2007:BA0575
Uitspraak
23 maart 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/103HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. F.Th.P. van Voorst,
t e g e n
A.A.S. MOSELE q.q.,
kantoorhoudende te Naaldwijk,
VERWEERDER in cassatie.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van 7 juli 2004 heeft de rechtbank 's-Gravenhage Agro Trainingscentrum Holland B.V. in staat van faillissement verklaard, met benoeming van mr. E. Rabbie als rechter-commissaris en verweerder in cassatie als curator.
Verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - heeft de curator verzocht aan hem bepaalde stukken uit de administratie van de gefailleerde te verstrekken.
De curator heeft geweigerd aan dit verzoek te voldoen.
Bij verzoekschrift van 10 maart 2006 heeft [verzoeker] zich gewend tot die rechter-commissaris en verzocht de curator te bevelen de stukken aan hem ter beschikking te stellen.
Nadat de curator op het verzoek had gereageerd, heeft de rechter-commissaris bij beschikking van 8 mei 2006 het verzoek van [verzoeker] afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij de rechtbank 's-Gravenhage.
Na behandeling van de zaak op 7 juli 2006, heeft de rechtbank bij beschikking van 24 juli 2006 de beschikking van de rechtbank, onder verbetering van gronden, bekrachtigd.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft een verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, A. Hammerstein en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 maart 2007.