Insolventierecht
Faillissementsrecht. Faillietverklaring; opeisbaarheid vordering aanvrager. Procesrecht, tijdigheid…
ECLI:NL:HR:2007:BA3531 · Hoge Raad · 8 juni 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2007-ba3531
Zaakgegevens
Op 8 juni 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 juni 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- R07/002HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht Insolventierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. B.D.W Martens, mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2007:BA3531
Samenvatting
Faillissementsrecht. Faillietverklaring; opeisbaarheid vordering aanvrager. Procesrecht, tijdigheid overlegging stukken (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 8 juni 2007deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2007:BA3531
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 juni 2007
ECLI:NL:PHR:2007:BA3531
Uitspraak
8 juni 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R07/002HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. B.D.W. Martens,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 17 november 2006 ter griffie van de rechtbank te 's-Hertogenbosch ingediend verzoekschrift heeft [verweerster] zich gewend tot die rechtbank en verzocht [verzoekster] in staat van faillissement te verklaren.
[Verzoekster] heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 29 november 2006 [verzoekster] in staat van faillissement verklaard met benoeming van een rechter-commissaris en aanstelling van een curator.
Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 22 december 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft bij verweerschrift tevens houdende schriftelijke toelichting geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verzoekster] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 juni 2007.