Insolventierecht
WSNP. Afgewezen verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van de facultatieve…
Hoge Raad, 13 juli 2007
ECLI:NL:HR:2007:BA6243 · Hoge Raad · 13 juli 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2007-ba6243
Zaakgegevens
Op 13 juli 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 juli 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- R06/141HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- P. Garretsen.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2007:BA6243
Samenvatting
WSNP. Afgewezen verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van de facultatieve weigeringsgronden in art. 288 lid 2, aanhef en onder a en b, F. (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 13 juli 2007deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2007:BA6243
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 juli 2007
ECLI:NL:PHR:2007:BA6243
Uitspraak
13 juli 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/141HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1], en
2. [Verzoeker 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: P. Garretsen.
Partijen zullen hierna worden aangeduid als [verzoekers].
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van de rechtbank Almelo van 11 mei 2005 is het verzoek van [verzoekers] tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen. Hierna heeft de rechtbank bij vonnis van 15 juni 2005 [verzoekers] op eigen verzoek in staat van faillissement verklaard, met benoeming van een rechter-commissaris en een curator.
Met een op 4 juli 2006 ter griffie van de rechtbank Almelo ingekomen verzoekschrift hebben [verzoekers] zich gewend tot die rechtbank en verzocht de opheffing van het faillissement uit te spreken, onder gelijktijdige toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Na mondelinge behandeling op 5 september 2006, heeft de rechtbank bij vonnis van 14 september 2006 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis hebben [verzoekers] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. [Verzoekers] hebben het hof verzocht het bestreden vonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, te bepalen dat zij alsnog tot de schuldsaneringsregeling worden toegelaten.
Na mondelinge behandeling heeft het hof bij arrest van 12 oktober 2006 het vonnis van de rechtbank van 14 september 2006 bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [verzoekers] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 13 juli 2007.