Insolventierecht

WSNP; tussentijdse beëindiging van toepassing van schuldsaneringsregeling op grond van art. 350 lid 3, aanhef…

Hoge Raad, 16 november 2007

Zaakgegevens

Op 16 november 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 november 2007
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
R06/182HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P. Garretsen.
ECLI
ECLI:NL:HR:2007:BB4755
E-mail

Samenvatting

WSNP; tussentijdse beëindiging van toepassing van schuldsaneringsregeling op grond van art. 350 lid 3, aanhef en onder c, F.; schending door schuldenaar van informatieplicht (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 16 november 2007deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2007:BB4755

  2. Conclusie A-G · 16 november 2007

    ECLI:NL:PHR:2007:BB4755

Uitspraak

16 november 2007

Eerste Kamer

Rek.nr. R06/182HR

MK/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoekster],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen.

Verzoekster tot cassatie zal hierna worden aangeduid als [verzoekster].

1. Het geding in feitelijke instanties

Bij vonnis van 25 januari 2005 is door de rechtbank Utrecht ten aanzien van [verzoekster] de definitieve schuldsaneringsregeling uitgesproken.

Bij vonnis van 9 oktober 2006 heeft de rechtbank, op verzoek van de bewindvoerder, de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoekster] beëindigd.

Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 7 december 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 november 2007.